Nieuws

Vroeg en voorschoolse educatie. Moet dat zonder peuterspeelzalen?

Het college voorstel voor nieuw beleid voor vroeg en voorschoolse educatie (VVE) roept dubbele gevoelens op en is niet zo helder als het lijkt. De aanleiding om iets te veranderen wordt er niet in verwoord. Welk probleem willen we eigenlijk oplossen? Zijn we nou aan het veranderen om het veranderen of is er ook nog meerwaarde?

We hebben een goed functionerende stichting Peuterspeelzalen waar we miljoenen in geïnvesteerd hebben en het eerste wat het college doet is deze organisatie in de wachtkamer zetten zonder enige zekerheid. In het ergste geval worden deze stichting opgeheven en gaat alle kennis en ervaring die met deze miljoenen is opgebouwd verloren. Dat lijkt eerder op afbreken dan op opbouwen.

In het voorstel staat verder vrijwel niets inhoudelijks en we weten ook niet hoe de nieuwe uitvoerende partijen dit VVE-gebeuren gaan doen. Wat betekent dit voor de leidsters van de peuterspeelzalen, wat bekent dit voor de ouders en vooral wat betekend dit voor de kinderen. Het staat er allemaal niet in.

Ook de plannen die diverse organisaties ingediend hebben staan niet in het voorstel ze liggen ook niet ter inzage. Dus als DGG kunnen we niet beoordelen wat de inhoud van de plannen is. Hoe de subsidie in het nieuwe beleid verdeeld gaat worden is vastgesteld aan de hand van een afvinklijst waarbij gekeken is of er iets het lijstje terug kwam in de presentaties die de kandidaat aanbieders gegeven hebben. Dit alles is beoordeeld door een beoordelingscommissie bestaande uit de wethouder en een ambtenaar.  Wij vragen ons in alle oprechtheid af of deze commissie, met alle respect, in staat is om tot een objectieve beoordeling te komen.

Zijn er in dit kader ook contacten geweest met de VVE-inspecteur? Het wordt niet vermeldt. Als er dan uitvoering wordt gegeven aan de VVE-kaders door de nieuwe uitvoerende partijen;  hoe wordt dit geheel gecontroleerd? Het wordt niet vermeldt.

Er gaan geluiden rond dat de in het voorstel genoemde middelen niet toereikend zijn. Een van de beoogde nieuwe aanbieders heeft al aan de raad laten weten dat zij de plannen die zij ingediend heeft met het voorgesteld budget niet kan uitvoeren.

Ook de toekomst van de peuterleidsters wordt niet gegarandeerd. Bij deze mensen heerst grote onzekerheid. Een van de intenties van de motie die op 31 oktober 2016 mede door de DGG is ingediend en die in de raad is aangenomen was om aan deze mensen zekerheid te verschaffen. Veel is er geïnvesteerd in deze leidsters en altijd is er van hun kant positief gereageerd als er weer een beroep op hen werd gedaan en nu worden ze zomaar aan de kant geschoven of misschien voor één jaar aangenomen en dan……??? Komen ze alsnog op straat te staan; daar staat  dan de knowhow voor onze peuters , veel geld gekost en nu of straks houd’oe en bedankt.

De DGG vindt het onbegrijpelijk en doodzonde, op z’n Geldrops “Goddelijke söhnd”,  dat een zeer goed functionerende organisatie als het PSW om zeep wordt geholpen. Is dit wel echt noodzakelijk? Moeten we dit wel doen? Wat is nou eigenlijk het probleem?

Staatssecretaris Dekker heeft ooit gezegd dat de peuterspeelzalen op hetzelfde niveau moeten komen als de kinderdagopvang. Ik denk dat voor Geldrop-Mierlo het precies andersom moet zijn. Op het gebied van de VVE kan de kinderopvang nog wat leren van de peuterspeelzalen.

De DGG heeft aangegeven dat zij alle ingediende plannen wil ontvangen om zich zelf een oordeel te kunnen vormen. Bovendien moet het college het voorstel nog sterk verbeteren. Voor dat er überhaupt een fatsoenlijk over gesproken kan worden. Het voorgestelde tijdstip om het nieuwe beleid te laten ingaan ( 1 januari 2018 ) lijkt ons onhaalbaar dus het eerste wat het college in onze ogen moet doen is het besluit om de subsidie aan de peuterspeelzalen per 1 januari 2018 te stoppen op te schorten en de peuterspeelzalen ook in 2018 gewoon van een subsidie te voorzien.